De winde

Het verhaal achter het kunstwerk de winde dat te zien is in de tunnel.

Het verhaal achter de winde

Van oudsher kwam er veel vis voor in de sloten in de polder, nu bekend als het Bossche Broek en de Dungense polder. De wielen langs de Keerdijk waren ook visrijk, zeker als er vis uitgezet werd door vissers. In droge periodes trok de vis naar diepere plekken. Dit waren de grotere waterlopen maar ook de drinkkuilen die in elke sloot te vinden waren en waaruit de boeren water schepten voor het vee.

De Winde is ‘de zalm van de beken’. Dat is misschien iets te spectaculair omschreven, maar waar snoek en baars echt in sloten, meren en plassen thuishoren, is de Winde een echte beekvis. Hij houdt van stromend, zuurstofrijk water. De winde leeft op de grote rivieren, zoals de Maas en zoekt in het voorjaar de beken, zoals de Dommel op, om te paaien en eitjes te leggen. Dat doet zij op zandig of grindige bodem. Het stromende water zorgt er voor dat er voldoende zuurstof bij de eitjes komt.

Gijs Sterks: ''Toen het water in de sloten zakte in de zomer, hielp ik de buurjongen met het uitdiepen van de drooggevallen drinkkuil. In de opgegraven modder kroop een modderkruiper. Een voor ons enge, haat mythologische vis met tentakels en die, zo wisten we, door nat gras naar een andere sloot kon kruipen. Die nacht heb ik er van gedroomd. Een nachtmerrie. 
In ‘onze’ wiel, de Mugheuvelse wiel, ving een visser een grote snoek van meer dan een meter lag. Mij neef wilde hem doodslaan, met de vuist. Hij hield er een blijvende herinnering aan over. Littekens van de wonden die hij opliep toen hij niet op de snoek zijn kop sloeg, maar in zijn bek.''

De meeste vis is verdwenen doordat veel sloten te ondiep waren na de ruilverkaveling en vee dronk uit geslagen putten of thuis in de melkstal. Ook het vele spuitvergif dat gebruikt werd in vooral de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw deed veel kwaad, ook in sommige wielen die op sloten waren aangesloten.

Of ben je op zoek naar