Verhalen Dementievriendelijke gemeenschap

De gemeente Sint-Michielsgestel wil voor haar inwoners een Dementievriendelijke gemeenschap zijn.

In een dementievriendelijke gemeenschap werken inwoners en lokale partijen samen aan allerlei initiatieven die de levenskwaliteit van dementerende en hun mantelzorgers verbeteren. Denk bijvoorbeeld aan het stimuleren van ontmoetingen, het ondersteunen van mantelzorgers of het doorbreken van taboes. In een dementievriendelijke gemeenschap kunnen mensen met dementie hun leven leiden zoals ze dat deden en worden ze geaccepteerd door hun omgeving.

Ook deze zomer delen we een aantal (praktijk)verhalen. Dit om verschillende situaties en kanten van dementie te belichten.

Dit eerste artikel komt van Diny Pennings, raadslid en lid van de werkgroep Dementievriendelijke gemeenschap.

Dementie in coronatijd

Begin dit jaar werden we getroffen door een pandemie van ongekende omvang. Het sociale leven kwam tot stilstand; geen bezoekjes, feestjes en samenkomsten meer. Kantoren stonden leeg, evenals de scholen. De wereld ging digitaal om zo toch alle noodzakelijke verplichtingen en werkzaamheden te kunnen blijven uitoefenen. Maar wat deed dit met mensen met dementie? Ook zij ontvingen geen bezoek meer, thuis of in de instelling waar ze verblijven. Voor de mensen om hen heen een onmogelijke opgave om dit uit te leggen. Net als uitleggen wat Covid-19 met je kan doen of hoe groot het besmettingsgevaar kan zijn.

Dementie en bescherming

In de zorginstellingen liep het personeel met blauwe schorten, mondkapjes, spatbrillen en handschoenen aan. Ieder kuchje of verandering in het welzijn van de bewoner was aanleiding tot alertheid. De wereld werd heel klein, volledig gericht op bescherming en het voorkomen van besmetting via derden. De kwetsbaarheid van de bewoners in een zorginstelling werd zichtbaar: de combinatie van lichamelijke klachten, leeftijd en dit virus werd menigeen fataal.

Contact met de thuishaven

Het contact met de buitenwereld is voor dementerenden een hele belangrijke houvast: wie ben ik? Wie zijn mijn familieleden? Vanuit de zorginstellingen werd door middel van beeldbellen geprobeerd om het contact zoveel mogelijk in stand te houden. Toch bleef de vraag bij families spelen: herkent mijn vader of moeder mij straks nog wel? Er was veel begrip voor de intensieve zorg maar men zag nog liever vandaag dan morgen een verruiming van de bezoekjes.

De 1,5 meter samenleving

Nu we een paar maanden verder zijn en het aantal besmettingen terugloopt, keert langzaam het ‘normale’ leven weer terug. Daarbij blijft de afspraak om 1,5 meter afstand tot anderen te houden. Een afspraak die niet aan dementerenden is uit te leggen. Waarom afstand houden? Juist het dichtbij aanwezig zijn, een hand of kus ter herkenning doet zoveel. Op bezoek komen met mondkapje en handschoenen aan, hoe raar voelt dat? En toch hebben we weinig keus zolang er geen adequaat serum tegen dit virus is gevonden.

Hoe verder?

Aandacht, begrip en persoonlijk contact zijn de basisvoorwaarden om iemand met dementie de waarde van het leven te laten ervaren. Het zal een zoektocht worden naar enerzijds bescherming, maar anderzijds ook ruimte om nog te kunnen genieten van de kleine dingen om de dementerende en de mantelzorger heen.